Lage-inkomensgezinnen wonen vaak in slecht geïsoleerde huizen en hebben niet de middelen om te investeren in verduurzaming, zoals isolatie, warmtepompen of zonnepanelen. Volgens TNO gaat het om circa 1,4 miljoen huishoudens (17,6 %), waarvan twee derde huurders zijn zonder zeggenschap. Dit leidt bij 13 % van de huishoudens tot financiële problemen, betalingsachterstanden en soms energieafsluiting. Daarnaast veroorzaken koude woningen gezondheidsklachten en sociaal isolement.
Tegelijkertijd profiteren kapitaalkrachtige huishoudens al van de energietransitie. Zij hebben toegang tot informatie, technische kennis en geld om te investeren in verduurzaming, en halen daar rendement uit. Denk aan het verduurzamen van woningen, investeren in zonnepanelen of zelfs participeren in lokale zon- en windparken, zoals Betuwewind. Deze investeringen leveren niet alleen lagere energiekosten op, maar ook financiële winst. In sommige gevallen kunnen coöperaties stroom leveren tegen kostprijs plus, wat stabiele prijzen mogelijk maakt. Toch blijft dit vaak beperkt tot een selecte groep.
In de gewenste situatie kan iedereen profiteren van de energietransitie, ongeacht kennisniveau, inkomen of woonsituatie. Lokale energiecoöperaties (zoals Energiegemeenschap Rivierenland) spelen hierin een sleutelrol. Zij wekken energie op in de regio en investeren via omgevings- en duurzaamheidsfondsen in de gemeenschap. Denk aan bijdragen van €1 per opgewekte MWh, zoals in Buren.
Maar we zijn er nog niet. Er is behoefte aan mechanismen die de opbrengsten van koplopers – inclusief zogeheten ‘overwinsten’ – structureel vertalen naar ondersteuning voor mensen die niet mee kunnen komen: huurders, mensen zonder spaargeld of met beperkte kennis. Zonder hen blijft een inclusieve transitie buiten bereik.
De huidige opzet leunt sterk op individueel rendement. Hoewel veel coöperaties non-profit zijn, kiezen aandeelhouders toch vaak voor maximale uitkering in plaats van herinvestering in sociale verduurzaming. Hierdoor profiteren vooral de koplopers, terwijl anderen buitenspel staan. Tegelijk ontbreekt het deze achterblijvende groep aan handvatten, vertrouwen en middelen om zelf stappen te zetten. Hoe zorgen we dat beide groepen in beweging komen?
Innovatievraag
Hoe kunnen we de revenuen die koplopers in de energietransitie nu al genereren zodanig transformeren dat ook mensen zonder financiële middelen of technische kennis daarvan profiteren – zodat iedereen actief deel kan nemen aan de energietransitie en we er als samenleving collectief beter van worden?





